Met van Perlo… in de Amazone

September 21, 2022

Macaws in Tambopata | Peru

Vanuit Puerto Maldonado trekken we het Amazone regenwoud in. In het Tambopata national park spotten we wilde dieren, zo groot als meterslange kaaimannen en zo klein als een vuurmier.

Miss Puerto Maldonado

Samen met Mitch en Kim (die ook in Cusco zijn) nemen we de nachtbus naar Puerto Maldonado. Het is een slingerende aangelegenheid, dus worden we geregeld even wakker. In de bus wordt de buitentemperatuur aangegeven en we zien die met het uur oplopen. Als we in Puerto Maldonado aankomen voelen we warmte die we in tijden niet gevoeld hebben. Het is boven de 30 graden en klam, heel klam. Dat valt natuurlijk te verwachten in het Amazone regenwoud, maar het is wel even wennen. In het hostel worden we herenigd met Arno en Feline en met z’n zessen gaan we het Amazone regenwoud in. Maar eerst nemen we een kijkje bij de Billinghurstbrug, met een lengte van 722 meter de langste brug van Peru. Niet bepaald spectaculair, maar wel geinig om gezien te hebben. Al is het maar om ook alvast een glimp op te vangen van de rivier Madre de Dios, waar we morgen op varen richting ons verblijf in de Amazone. In de avond is er feest in de stad met de ‘Miss Puerto Maldonado verkiezing’ als apotheose. We zijn te moe om er zelf nog een feest van te maken en gaan bijtijds naar bed, maar Arno, Mitch en Kim maken er nog een bonte avond van en komen in de late uurtjes thuis.

Intrigerend

De volgende ochtend ontmoeten we onze gids voor de komende vier dagen, Josleen. Klein van stuk, maar boordevol kennis en kunde over de Amazone. We stappen de langwerpige boot in en varen over de Madre de Dios rivier richting onze lodge. Onderweg zien we langs de oever nog illegale goudzoekers die een zakcentje proberen te verdienen.

Bij de lodge hebben we de tijd om even het zwembad in te duiken en te wennen aan de wonderlijke geluiden van de jungle. Verschillende roestrugoropendola’s (vogels) zitten bovenin de palmbomen naast het zwembad en maken werkelijk een intrigerend geluid. Het klinkt alsof er telkens in een grot een steentje in het water plonst.

Na de lunch varen we met de boot een stuk stroomopwaarts en maken een wandeling door het Amazone woud. Als we de boot uitstappen zien we voetsporen van een jaguar en trekken dan de jungle in. Het pad is goed begaanbaar, maar voor de rest is er enkel ongerepte natuur om ons heen. We lopen langs kolossale bomen en dikke lianen, in de verte spotten we een zestal schichtige brulapen en bij een beekje liggen meerdere kaaimannen vredig te rusten. Helaas geen jaguar te bekennen. Als we teruglopen naar de boot zien we nog een baby kaaiman, die er zowaar schattig uitziet. Als we terugkomen bij de lodge komt er op dat moment een meterslange kaaiman aan land die er wat angstaanjagender uitziet, maar wel goed poseert voor een foto die Maaike (van een afstandje) maakt.

Geritsel

Na het avondeten maken we een nachtwandeling. Niet iets waar Maaike zich op verheugt met alle mogelijke insecten, slangen en met name spinnen die we tegen kunnen komen. Al onze zintuigen staan op scherp als we ons, met hoofdlampjes op, zo geruisloos mogelijk door het inktzwarte regenwoud manoeuvreren. Ik loop veelal achteraan en kan het toch niet weerstaan om af en toe achterom te kijken…gewoon, voor het geval dat. Josleen hoort geritsel in de bomen en gebaart dat we stil moeten staan. Z’n felle hoofdlamp schiet door de boomtoppen op zoek naar…ja, naar wat? En dan ineens is het raak. Een aapje met puilogen vol in de spotlight. Volgens Josleen is het een noisy night monkey (niet de wetenschappelijke benaming) en al snel zien we dat hij samen met z’n vrienden is. Na enkele minuten laten we ze weer met rust en vervolgen we onze weg zo muisstil mogelijk. Enkel de dorre bladeren en droge takjes die onder onze voeten breken en de nachtelijke activiteiten van het dierenrijk zijn hoorbaar. We zien tientallen soorten insecten, waarvan de wandelende takken, wandelende bladeren en de samenwerking van duizenden mieren toch het ultieme bewijs zijn dat de evolutie vernuftig werkt.

Macaws

De volgende dag vertrekken we in alle vroegte met de boot naar de ‘clay lick’, een klif aan de oever van de Madre de Dios waar veel ara’s en papegaaien komen om de kleiwand die rijkgevuld is met mineralen leeg te pikken. We installeren onszelf op plastic krukjes met de verrekijkers in de aanslag. Na een klein kwartier begint het schouwspel. De felgekleurde ara’s en papegaaien testen of de kust veilig is en strijken vervolgens neer bij de kleiwand om te ontbijten. We krijgen een kaart met daarop de verschillende soorten vogels die we mogelijk kunnen spotten. De ‘ara ararauna’ (wetenschappelijke naam) is vanwege zijn blauwe en gele veren het makkelijkst te herkennen, vandaar ook de minder wetenschappelijke naam ‘blue-and-yellow-macaw’. Origineel.

Na een uur hebben we de kleurrijke bingokaart wel vol en gaan we zelf ontbijten. Op de terugweg spotten we capibara’s (een soort mega cavia’s) langs de oever en daarna neemt de boottocht een iets andere wending. De schipper krijgt het schaamrood op z’n kaken als hij bij een smalle doorgang de boot tegen een boomstronk aanvaart. “Geen paniek!”, roept één van de gidsen verschrikt. Dat werkt bij ons op de lachspieren en dat wordt een minuut later alleen maar erger. De schipper maakt het dan namelijk helemaal bont door hard bovenop een volgende boomstam te klappen, waardoor we midden op de rivier vast komen te zitten. De gids is meteen weer druk bezig om zichzelf en ons onrustig te maken, maar gelukkig zijn er op dezelfde plek een aantal man aan het werk op een bootje, die ons komen redden en de vastgelopen boot lostrekken. Eind goed al goed.

Jottum

In de middag pakken we de kano en gaan we zelf even in de rivier peddelen. Maaike ziet een paar schildpadden, maar die duiken het troebele water in zodra we te dichtbij komen. Zelf nemen we ook een duik in het water, op dezelfde plek als waar we gisteren de kaaiman aan land zagen komen. We blijven voor de zekerheid dus dicht bij de oever, maar het wordt door Josleen sowieso afgeraden om in het midden van de rivier te zwemmen, omdat daar ook grote sidderalen zwemmen die stroomstoten kunnen uitdelen. Ik heb me voor het zwemmen overigens niet goed ingesmeerd met Deet, dus m’n rug is volledig lekgeprikt door muggen. Jottum. Na de lunch lopen we naar een uitkijktoren. Deze toren is ongeveer tien meter hoger dan de hoogste bomen in het regenwoud, waardoor we oneindig ver over het dak van de Amazone uitkijken. Maaike houdt het hier snel voor gezien, want de toren wiebelt naar haar smaak te veel heen en weer.

Drievingerig

Waar Maaike ook niks van moet weten is de nachtwandeling die daarna op de planning staat. Veel te eng met al dat kleine gespuis dat hier kronkelt en kruipt. Ze blijft achter in de lodge, terwijl wij weer met onze hoofdlampen achter Josleen aan sluipen. We zijn nog maar net op pad als Kim ineens op ooghoogte en nog geen twee meter van het pad recht in twee ogen kijkt. Het is een luiaard, die met z’n grote drievingerige klauwen aan een tak hangt. Wauw, wat een bizar en verrassend schattig beest is het! “Dit moet Maaike ook zien”, bedenk ik gelijk en ren terug naar de lodge om Maaike te halen. Zoals verwacht bungelt de luiaard nog steeds op dezelfde plek als Maaike er is. Zo vanzelfsprekend is dat overigens niet, want Josleen vertelt dat luiaards zich in een uur makkelijk honderden meters kunnen verplaatsen en dat ze normaliter hoog in de beschutte bomen leven en enkel naar beneden komen om hun behoefte te doen. We bewonderen het beest een paar minuten en laten hem dan ongestoord z’n toiletbezoek afronden. Tijdens onze verdere nachtwandeling komen we weinig tegen, maar dat vinden we niet erg, want we kunnen tijdens het avondeten nog lang napraten over de luiaard.

Meneer Nillson

De stevige ochtendwandeling de volgende dag gaat richting de ‘mammal lick’. We stoppen eerst nog bij de uitkijktoren om de zonsopkomst te bekijken en lopen dan een lang stuk door het amazonegebied. Helaas spotten we “slechts” een kogelmier en vuurmier (door allebei wil je absoluut niet gestoken worden), een aantal vlinders van de 1200 soorten die hier totaal in het Tambopata national park rondfladderen, en voetsporen van een tapir.

Dan is het tijd om naar een ander deel van het national park te gaan, namelijk het Sandoval meer. We varen een stuk met de boot en lopen dan een uur richting het meer. Al na een paar minuten zien we een groep cappucijnaapjes in de bomen hun middagdutje doen.

Als we bij het Sandoval meer aankomen springen we in een langwerpige houten boot en roeien het meer op. We spotten meerdere vogelsoorten, zoals de white belly parrot, de hootzin en de snake bird. We zien ook heel veel kaaimannen, maar – en dit klinkt en voelt heel verwend – kaaimannen hebben we nu wel genoeg gezien en geeft ons hetzelfde gevoel als bij het zien van lama’s en alpaca’s. We gaan weer helemaal enthousiast rechtop in de boot zitten als we kleine aapjes langs de waterkant van boom naar boom zien springen. Het zijn Boliviaanse doodshoofdaapjes (zoals Meneer Nillson van Pipi Langkous) en ze zijn met heel veel tegelijk op zoek naar eten. Met hun schattige snoetjes en speelse karakter wat tot gekke capriolen en gestuntel leidt, vermaken ze ons kostelijk. We vergeten de tijd en worden door Josleen geattendeerd op de zonsondergang achter ons. De weerkaatsing van de zonnestralen en de kleurrijke hemelgloed op het spiegelgladde meer leveren een prachtig plaatje op.

Roeien!

De laatste dag van de jungletour staan we voor zonsopkomst op om nog eenmaal wilde dieren te spotten. Terwijl we op het meer dobberen zingen de vogels en kondigt de zon zich aan. Dat is lekker wakker worden. Helemaal als we ook nog eens twee (waarschijnlijk een paartje) prachtig gekleurde groefsnaveltoekans in een boomtop zien zitten.

We varen vervolgens langs een deel van het nationale park dat verboden gebied is voor mensen, zodat alle dieren zich daar kunnen terugtrekken en zich bijvoorbeeld in volledige rust kunnen voortplanten en hun jongen kunnen grootbrengen. Dit geldt onder andere voor de reuze otters die hier leven. Ze kunnen bijna twee meter worden en zijn daarmee de grootste ter wereld. Ze zijn alleen al vijf dagen niet gespot, dus het is maar de vraag of wij ze te zien krijgen. We lopen een uitkijktoren op om ze te zoeken, maar helaas zonder resultaat. Als we weer in de boot stappen pakt Josleen z’n verrekijker erbij, want hij ziet aan de andere kant van het meer water opspatten. “Roeien!”, zegt ie enthousiast. “Dat zijn de reuze otters!” We zetten een roeisprintje in en volgen de otters op gepaste afstand. Ze jagen op vissen en het duurt niet lang voordat ze een grote te pakken hebben. Gulzig werken ze de vis naar binnen en we horen het kraken van de schubben en graten, terwijl we tientallen meters van ze verwijderd zijn.

Daarna is het tijd om zelf te ontbijten en terug te keren naar de bewoonde wereld. Lopend terug naar de boot die ons terugbrengt naar Puerto Maldonado, lokt Josleen nog een tarantula uit z’n hol. Het is niet eens een volwassen exemplaar, maar het is groot, harig en heeft 8 poten, dus Maaike kijkt op (zeer ruime) afstand toe. Uiteraard is ie banger voor ons en schiet ie snel terug z’n holletje in. We varen terug naar Puerto Maldonado en sluiten ons Amazone avontuur af bij het Yacumama meer voor een verbluffend mooie zonsondergang.

COMMENTS

  1. Daan says:

    Wow, jullie hebben wel heel veel vette dieren gespot! Veel plezier op deel 2 😉

  2. […] ons Amazone avontuur keren we terug naar Cusco. Ditmaal om de veelzijdige omgeving te bewonderen. We bezoeken Rainbow […]

PLAATS JOUW REACTIE

Leave a Reply

Your email address will not be published.

custom design BY STUDIO MHILARIUS

PRIVACY POLICY

© met van perlo